Wat onderzoek zegt over de rit naar huis
De rit naar huis na een wedstrijd is voor veel gezinnen een vast moment om terug te kijken. Canadese onderzoekers vroegen kinderen en ouders hoe die rit gaat, en lieten later gezinnen tientallen ritten filmen. Wat ze vonden, is herkenbaar en soms ongemakkelijk.
Een gesprek dat niemand anders ziet
De auto is een bijzondere plek. Je zit naast elkaar, er kijkt niemand mee en niemand kan weglopen. Voor veel ouders is het daarom het moment om de wedstrijd door te nemen. Voor veel kinderen is het het eerste moment na het laatste fluitsignaal.
Tamminen en collega's aan de Universiteit van Toronto wilden weten wat er in die auto gebeurt. Eerst werden 27 sporters van 11 tot 16 jaar en 26 ouders geïnterviewd, uit onder meer voetbal, basketbal, ijshockey, honkbal, kunstschaatsen en schermen (Tamminen, Poucher en Povilaitis, 2017). Een paar jaar later werden ritten van gezinnen gefilmd en geanalyseerd (Tamminen en anderen, 2022).
Genieten of uitzitten
Uit de interviews kwamen twee soorten ritten naar voren. Sommige kinderen vonden het fijn om na de wedstrijd met hun ouder te praten. Anderen beschreven de rit als iets wat je uitzit tot je thuis bent.
Een terugkerend thema was privacy. Kritiek bewaarden ouders vaak voor een moment zonder anderen erbij, en de auto was zo'n moment. Prijzen waar anderen bij zijn en bespreken onder vier ogen, zo vatte een ouder het samen. Feedback van ouders werd in de gesprekken vaak gezien als normaal en nuttig, omdat je ervan leert. Maar het maakt de auto ook de plek waar de kritiek komt.
En het gesprek veranderde met wie er nog meer in de auto zat. Zat er een teamgenoot of een ander gezinslid in de auto, dan was de ouder vaak minder kritisch en ging het vooral over wat goed ging.
Wat de camera liet zien
In de tweede studie werden 98 ritten van 28 ouders en kinderen gefilmd, van en naar trainingen en wedstrijden, bij elkaar zo'n dertig uur. De kinderen waren 11 tot 16 jaar oud.
De meeste tijd in de auto was het stil, 59,0% van de tijd. 28,5% ging over andere dingen dan sport, en 12,9% over de sport zelf. Ritten van en naar de sport zijn dus vooral stil. Wat die stilte betekent, is niet onderzocht, en stilte hoeft geen probleem te zijn.
Wanneer er wel over sport werd gepraat, prezen ouders vaker dan de kinderen zichzelf. Lof of kritiek die draaide om beter zijn dan anderen, kwam weinig voor. Wat wel opviel, was hoe ouders vragen stelden. Het waren vooral gesloten vragen, waar je met ja, nee of één woord vanaf bent. Open vragen, die een kind uitnodigen om zelf iets te vertellen, kwamen het minst voor. En na een compliment of een tip praatte de ouder ongeveer de helft van de keren al verder, of begon over iets anders, voordat het kind kon reageren.
Wat kinderen en ouders zelf aanraden
In de interviews kwamen de kinderen en ouders zelf met een paar richtingen. Geef je kind tijd om de wedstrijd te laten bezinken, en neem die tijd zelf ook. Maak de uitslag kleiner en de inzet groter. Stel vragen op een manier die steunt in plaats van toetst. En maak samen afspraken voor onderweg, zoals beginnen met iets wat goed ging.
Dat klinkt eenvoudig. Het onderzoek geeft een idee waarom het toch lastig is. Ouders bedoelen het goed en willen helpen, en een gesloten vraag of een snelle analyse voelt dan als betrokkenheid. Voor een kind dat nog vol zit van de wedstrijd, kan dezelfde vraag voelen als een overhoring.
Waarom zo'n klein moment telt
Eén rit naar huis maakt geen verschil. Maar de rit komt elke week terug, vaak jarenlang. Een kind leert in die tijd wat het kan verwachten. Dat de wedstrijd in de auto opnieuw wordt gespeeld, of dat er ruimte is om zelf te vertellen hoe het was.
Het onderzoek gaat over Canadese gezinnen, en de groepen zijn klein. Maar weinig ouders zullen zich er niet in herkennen. En dat maakt het een goed begin van een gesprek, met je kind en met andere ouders.
Bronnen
- Tamminen, Poucher en Povilaitis (2017). The car ride home, an interpretive examination of parent-athlete sport conversations. Sport, Exercise, and Performance Psychology, 6(4), 325-339. Interviews met 27 Canadese sporters van 11 tot 16 jaar en 26 ouders.
- Tamminen, Bissett, Azimi en Kim (2022). Parent and child car-ride interactions before and after sport competitions and practices, video analysis of verbal and non-verbal communication. Psychology of Sport and Exercise, 58, 102095. 98 gefilmde ritten van 28 ouders en kinderen van 11 tot 16 jaar.
Geschreven door de redactie van aanspeelpunt [TE BEVESTIGEN] Inhoudelijke check door de sportpsycholoog [NAAM]
Van lezen naar doen
Dit soort momenten oefenen trainers, coaches en ouders in de modules van aanspeelpunt Per vraag een korte video, een oefening voor dezelfde week en vragen om het gesprek te openen.
Werkt de club van je kind ermee, dan heb je als ouder toegang. Zo niet, vraag ernaar bij de club, of neem zelf toegang.
Modules die hierbij passen
- Het gesprek in de auto na de wedstrijd module 02, 8 minuten, voor ouders
- Winnen en verliezen thuis bespreken module 06, 7 minuten, voor ouders
Meer langs de lijn
-
De speler die stil werd
Een vrijwillige trainer ziet dat een speler na de winterstop stiller wordt, en weet niet goed wat hij ermee moet.
-
Een seizoen aan de bestuurstafel
Een trainer vraagt de jeugdcoördinator bij wie ze terechtkan met een zorg, en niemand in het bestuur weet het antwoord.