Prototype

Een seizoen aan de bestuurstafel

Een trainer vraagt de jeugdcoördinator bij wie ze terechtkan met een zorg, en niemand in het bestuur weet het antwoord. Een schets van een seizoen waarin een club mentaal welzijn een vaste plek probeert te geven, en van wat daarvoor nodig bleek.

Dit is een schets. De situatie en de namen zijn verzonnen, maar zo kan het gaan bij een jeugdteam.

Een vraag zonder antwoord

Hanneke is al vier jaar jeugdcoördinator bij vv Hazenveld, een dorpsclub met een clubhuis dat op zaterdag vol zit. Ze doet het naast haar baan.

In oktober krijgt ze een appje van Sanne, die de MO15 traint. Een van de meiden heeft twee keer na de training in de kleedkamer zitten huilen, en zegt dat ze niet meer wil komen. “Bij wie kan ik hiermee eigenlijk terecht?” vraagt Sanne.

Hanneke kijkt op de website. Bij vertrouwenscontactpersoon staat de naam van een man die twee jaar geleden is verhuisd. Ze bellen even, en Sanne belt die avond de ouders van het meisje. Het meisje blijft. Maar het zit Hanneke niet lekker. Sanne stelde een eenvoudige vraag, en de club had geen antwoord.

Op de bestuursvergadering die maand leest de ledenadministrateur de afmeldingen voor. Er zitten weer veel spelers uit de JO17 en JO19 tussen, meestal zonder reden. Ook volgens de KNVB wordt het steeds moeilijker om jongeren van 12 tot 18 jaar aan de club te binden (KNVB). Of dat iets met de vraag van Sanne te maken heeft, weet niemand aan tafel. Hanneke zet mentaal welzijn op de agenda van de volgende vergadering.

Iedereen eens, niemand tijd

Op die vergadering is iedereen het eens, ook Gert, de voorzitter. De penningmeester vraagt wat het kost, en hoort dat het vooral tijd kost. Er komen drie punten op de actielijst, een nieuwe vertrouwenscontactpersoon, een ouderavond en iets voor de trainers. Achter alle drie komt dezelfde naam te staan.

“Jij zit er het dichtst op,” zegt Gert tegen Hanneke. Dat klopt. Maar Hanneke doet ook al de teamindeling, de scheidsrechters voor de pupillen, de nieuwe trainers en de ruzies over de veldindeling. In november staan de drie punten er nog. In december ook.

In de kerstvakantie schrijft ze er een plan van acht pagina's over, en in januari stuurt ze het naar alle trainers. Twee mailen terug. De een schrijft dat het er goed uitziet. De ander vraagt of de training op donderdag in de winter naar binnen kan.

Het plan was niet slecht. Maar het was haar plan, gemaakt aan de keukentafel, en niemand had erom gevraagd. Voor trainers die drie avonden per week op de club staan, was het een bijlage zoals alle andere.

Rob en de ouders

Rob traint al elf jaar de JO17-1, kort van stof en goed met jongens van die leeftijd. Op het trainersoverleg in februari zegt hij hardop wat meer trainers denken. “Ik ben trainer, geen hulpverlener,” zegt hij. “En als je het er steeds over hebt, praat je het ze aan.”

Hanneke spreekt hem niet tegen. Over het eerste punt heeft hij gelijk. Ook de KNVB en Zilveren Kruis zeggen in De Onzichtbare Blessure dat een coach een luisterend oor kan bieden, maar geen professionele hulpverlener is en moet weten waar de eigen grens ligt (KNVB Rinus). Wat Rob niet weet, is waar hij heen kan als hij bij die grens komt. Dat weet nog niemand bij de club.

Als Hanneke in de nieuwsbrief schrijft dat de club meer wil doen aan mentaal welzijn, reageert een vader in de ouderapp van de JO13. “Laat ze gewoon lekker voetballen,” schrijft hij. Een paar ouders zetten er een duim onder.

Ook daarin zit iets wat klopt. In onderzoek van Motivaction voor de KNVB en Zilveren Kruis zegt 94% van de voetballende jongeren van 16 tot 25 dat sport bijdraagt aan hun mentale gezondheid. Maar 73% vindt ook dat er meer aandacht moet zijn voor mentaal welzijn in de sport (KNVB, februari 2026). Het doel is niet minder voetbal, maar kinderen die blijven voetballen en het beste uit zichzelf halen, ook in een zwaar jaar.

Kleine stappen

De doorbraak is geen nieuw plan, maar een besluit in maart. Gert haalt de scheidsrechters voor de pupillen bij Hanneke weg en geeft ze aan de wedstrijdsecretaris. Mentaal welzijn wordt een vast punt op elke tweede bestuursvergadering. Gert neemt het in het bestuur, Hanneke bij de trainers. “Anders blijft het van jou,” zegt Gert, “en dan stopt het als jij stopt.”

  • Een naam op de deur. Joke, die al jaren op zaterdag de kantine draait en iedereen kent, wordt vertrouwenscontactpersoon. Ze wilde eerst weten wat er wel en niet van haar werd verwacht. Haar naam en nummer hangen nu op elke kleedkamerdeur.
  • Wat er al lag. Hanneke vraagt bij de KNVB de supportbox van De Onzichtbare Blessure aan. Op het aanvraagformulier staat de vraag of de club een vertrouwenscontactpersoon heeft (KNVB). In oktober had ze die niet kunnen beantwoorden. Nu wel. De posters komen ernaast, en een paar trainers kijken naar de thema's in de Rinus-app.
  • Tien minuten. Op elk trainersoverleg gaan de eerste tien minuten over hoe het met de teams gaat. Dat levert niet elke keer iets op. Maar in april vertelt een trainer van de JO11 over een speler die voor elke wedstrijd buikpijn heeft, en blijken twee anderen iets vergelijkbaars te zien.

Waar ze in juni staan

Aan het eind van het seizoen is er geen nieuw jeugdbeleid, wel een alinea in het jeugdplan, met de namen van Gert en Hanneke erbij. Joke is twee keer gebeld, door een ouder en door een trainer. Wat er in die gesprekken is gezegd, weet het bestuur niet, en dat hoort ook zo.

De ouderavond is er niet gekomen. Op het trainersoverleg zit nog steeds de helft van de trainers, en meestal dezelfde helft. Bij de afmeldingen van de oudere jeugd ziet de ledenadministrateur geen verschil met vorig jaar. Of het werkt, kan na één seizoen niemand zeggen.

Rob vindt het nog steeds wat veel. Maar in mei loopt hij het kantoortje van de jeugdcommissie binnen, met een vraag over een jongen uit zijn team die steeds vaker afzegt. Hij wil weten wat Joke precies doet. Het is de eerste keer dat hij met zoiets komt.

Hanneke is moe. Ze denkt na over hoe het verdergaat als zij over twee jaar stopt. Daarom is ze het blijst met het besluit van maart, al is dat het minst zichtbaar. Het onderwerp staat niet meer op haar lijst, maar op die van de club.

Wat deze schets laat zien

Vijf patronen springen eruit.

  • Iedereen eens is nog geen besluit. Zonder eigenaar schuift het onderwerp van vergadering naar vergadering, en belandt het bij wie er het dichtst op zit.
  • Een plan is nog geen afspraak. Acht pagina's van één persoon kwamen niet aan. Een korte afspraak aan de bestuurstafel, met namen erbij, wel.
  • Iets erbij vraagt iets eraf. Pas toen het bestuur Hanneke een taak afnam, kwam er ruimte.
  • Achter scepsis zat hier een vraag over de rol. Rob wilde geen hulpverlener zijn, en dat hoeft ook niet. Hij wilde weten waar hij terechtkon.
  • Een seizoen is kort. Na een jaar is er een naam op de deur en een vast moment. Of er minder spelers stoppen, zie je pas later.

Hanneke, de trainers en het bestuur doen dit allemaal naast een baan. Zonder afspraken hangt mentaal welzijn dan af van wie er toevallig tijd voor heeft, en blijft een vraag als die van Sanne liggen. Met een paar vaste afspraken weet de club het antwoord al voordat iemand de vraag stelt.

Bronnen

Geschreven door de redactie van aanspeelpunt [TE BEVESTIGEN] Inhoudelijke check door de sportpsycholoog [NAAM]

Van lezen naar doen

Dit soort momenten oefenen trainers, coaches en ouders in de modules van aanspeelpunt Per vraag een korte video, een oefening voor dezelfde week en vragen om het gesprek te openen.

Met een clublicentie doen alle trainers, coaches en ouders van je club mee, en ziet de jeugdcoördinator wie welke module volgde.

Meer langs de lijn

  1. De speler die stil werd

    Een vrijwillige trainer ziet dat een speler na de winterstop stiller wordt, en weet niet goed wat hij ermee moet.

    Uit de praktijk Voor trainers en coaches 5 minuten lezen

  2. Waarom plezier geen bijzaak is

    Elke trainer wil dat het team plezier heeft. Maar wat is plezier eigenlijk, en hoe verhoudt het zich tot winnen?

    Onderzoek Voor trainers en coaches 4 minuten lezen