Prototype

De speler die dichtklapt

Wat doe je als een speler zich na een fout of een wissel afsluit?

Module
04
Doelgroep
Trainer en coach
Thema
In gesprek
Leeftijd
O13 t/m O17
Video
11 minuten
Toegang
In het gratis basispakket voor clubs

In deze video

  1. Wat dichtklappen is

    Hoe het eruitziet op het veld en in de kleedkamer. Stil worden, geen bal meer vragen, als eerste weg na de training.

  2. Waarom het gebeurt

    Na een fout of een wissel voelt een speler zich snel afgeschreven. Op deze leeftijd weegt wat teamgenoten denken zwaar.

  3. Een ervaring uit de praktijk [TE BEVESTIGEN]

    Hoe het is als je na een fout in je hoofd blijft hangen, en wat een trainer dan wel en niet helpt.

  4. Wat jij doet

    In het moment ruimte geven, later kort contact zoeken, en het gesprek onder vier ogen voeren.

De oefening voor deze week

Een partijvorm waarin het hele team oefent wat je doet na een fout. Zo wordt het gewoon dat fouten erbij horen, zonder dat je één speler aanwijst.

Wanneer
Aan het eind van de training
Duur
15 minuten
Wie
Het hele team
Nodig
Hesjes, pionnen, twee doeltjes
  1. Spreek een reset af

    Leg in één minuut uit dat iedereen fouten maakt, en dat het gaat om wat je daarna doet. De reset is één klap in je handen, en dan meteen weer aanspeelbaar zijn.

  2. Speel de partij

    Vijf tegen vijf op een half veld, of wat past bij je groep. Na elke fout doet de speler de reset. Teamgenoten roepen “Volgende”.

  3. Let op de reset, niet op de fout

    Benoem hardop wie snel weer meedoet, met iets als “Goed, meteen weer aanspeelbaar.” Over de fout zelf zeg je niets.

  4. Sluit kort af

    Twee minuten in een kring. Vraag wat hielp om na een fout weer mee te doen. Wie wil, antwoordt. Niemand hoeft.

Maak er een spel van

Het team krijgt een punt als een speler binnen vijf tellen na een fout weer de bal vraagt. Zo wordt herstellen iets om te winnen.

Is er een speler die vaak dichtklapt?

Zet die speler niet in de schijnwerpers, en spreek niemand aan waar de groep bij is. De oefening is voor het hele team. Het gesprek voer je apart, met de gespreksstarter hieronder.

De gespreks­starter

Voor het gesprek met de speler, na de training of de wedstrijd. Niet meteen na de fout of de wissel. Geef eerst even ruimte.

Onder vier ogen, maar op een open plek. Samen de ballen opruimen is een goed moment. Naast elkaar praten gaat vaak makkelijker dan tegenover elkaar.

De speler die dichtklapt. Voor een gesprek onder vier ogen.

  • “Ik zag dat je stil werd na de wissel. Hoe was dat voor je?”
  • “Wat ging er door je heen na die fout?”
  • “Wat kan ik doen als het nog eens gebeurt?”

Pas de woorden aan op wat je zag. Zegt de speler weinig? Dat mag. Laat weten dat je er later nog eens naar vraagt, en doe dat ook.

De checklist

Je bent geen hulpverlener, en dat hoeft ook niet. Jouw rol is opmerken, het gesprek openen en weten wanneer je hulp inschakelt.

Waar let je op

  • Het blijft niet bij één wedstrijd. De speler is weken achter elkaar stil of trekt zich terug.
  • Het speelt ook buiten het veld. Je hoort het van teamgenoten of ouders, of je merkt het in de kleedkamer.
  • De speler komt minder vaak, heeft nergens meer zin in of wil stoppen.
  • De speler praat negatief over zichzelf, zoals “ik kan niks” of “het maakt toch niet uit”.

Dit doe je wel

  • Geef ruimte in het moment. Zoek later kort contact, zoals na de training.
  • Luister en vat samen wat je hoort. Neem serieus wat de speler zegt, ook als het klein lijkt.
  • Wees eerlijk over wat je met het gesprek doet. Moet je iets delen, zeg dan met wie.
  • Vertel dat de speler ook zelf anoniem kan praten met De Kindertelefoon, via 0800-0432.

Dit doe je niet

  • Je stelt geen diagnose. Zeg niet “je hebt faalangst” of “je bent depressief”. Beschrijf wat je ziet.
  • Je belooft geen geheimhouding als de veiligheid van een speler in het geding is. Wees eerlijk en zeg iets als “Als ik me zorgen maak over je veiligheid, vertel ik het aan iemand die kan helpen. Ik zeg je eerst aan wie.”
  • Je bespreekt het niet waar de groep bij is, en je zet de speler niet onder druk om te praten.
  • Je lost het niet alleen op. Bij twijfel overleg je.

Wanneer schakel je hulp in

Je hoeft niet zeker te weten dat er iets aan de hand is. Twijfel is genoeg om te overleggen.

Je maakt je zorgen, of het gaat na een paar weken niet over
Bespreek het met de vertrouwenscontactpersoon van je club. Samen bepalen jullie de volgende stap.
De ouders weten nog niet wat jij ziet
Spreek met de vertrouwenscontactpersoon af wie de ouders inlicht, en hoe. Gaat je zorg over de situatie thuis? Overleg dan eerst, voordat je de ouders benadert.
Er is professionele hulp nodig
Raad de ouders aan contact op te nemen met de huisarts. De huisarts kan doorverwijzen naar passende hulp.
Een speler praat over niet meer willen leven, of je maakt je daar zorgen over

Neem het altijd serieus. Bel of chat met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113, gratis en dag en nacht bereikbaar, ook via 113.nl. Dat kan ook als je alleen advies wilt over wat je nu doet.

Licht dezelfde dag de vertrouwenscontactpersoon in, en spreek af hoe de ouders worden ingelicht.

Er is acuut gevaar
Bel 112 en laat de speler niet alleen.

De inhoud van deze module is opgesteld door de sportpsycholoog [NAAM] van aanspeelpunt

Je voortgang

Bezig

Volg je de module via je club, dan ziet de jeugdcoördinator in de beheeromgeving dat je hem hebt afgerond.

Verder in dit thema

  • Module 03

    O13 t/m O17

    Het gesprek beginnen

    Hoe begin je een gesprek met een speler die niet uit zichzelf praat?

    • Video, 7 min
    • Oefening
    • Gespreksstarter
    • Checklist
    Trainer en coach

    Afgerond

  • Module 12

    O7 t/m O12

    Als een kind huilt, boos wordt of niet mee wil

    Wat doe je als een kind tijdens de training in tranen uitbarst, boos wordt of niet wil meedoen?

    • Video, 8 min
    • Oefening
    • Gespreksstarter
    • Checklist
    Trainer en coach

    Nog niet gestart

Terug naar alle modules