Prototype

Feedback na verlies

Wat zeg je in de kleedkamer na een zware nederlaag?

Module
06
Doelgroep
Trainer en coach
Thema
Druk, winnen en verliezen
Leeftijd
O13 t/m O17
Video
4 minuten
Toegang
In het gratis basispakket voor clubs

In deze video

  1. Eerst even niets

    Direct na het laatste fluitsignaal zitten de emoties op hun hoogst, dus begin met een korte rustige boodschap in plaats van een analyse.

  2. Wat je wel en niet zegt

    Praat over gedrag en inzet in plaats van over de persoon, en laat woorden als altijd, nooit en jullie weg.

  3. De spelers die er anders in zitten

    Sommigen willen praten en anderen zijn stil, dus geef ruimte en kijk wie je later apart spreekt.

  4. De terugblik op de volgende training

    Bespreek met een paar concrete punten wat beter kan, en noem ook één ding waar je trots op bent.

  5. De oefening, Twee zinnen in de kleedkamer

    Twee zinnen die je al voor de wedstrijd bedenkt, voor het geval je verliest.

  6. Waar je op let

    De signalen die vragen om meer dan twee zinnen, en wie je dan inschakelt.

Lees de tekst van de video

Opening

Zaterdag, kwart voor vijf. Je team heeft verloren. Met één tegen vier. In de kleedkamer is het stil. Tassen op de grond, hoofden omlaag. En iedereen wacht op wat jij gaat zeggen. Wat zeg je dan? In deze module leer je wat je meteen zegt, wat je bewaart voor later, en hoe je op de volgende training terugblikt. Zodat je ook na een verlies het beste uit je spelers haalt.

Eerst even niets

Direct na het laatste fluitsignaal zitten de emoties op hun hoogst. Bij je spelers, en eerlijk gezegd ook bij jou. Op dat moment luisteren spelers slecht. Een analyse komt niet binnen, ook al klopt elk woord. Begin daarom met bijna niets. Een korte, rustige boodschap. Zoiets als "Dit doet pijn. Ik zag een team dat tot het eind is blijven werken. Dinsdag kijken we samen verder." En daarna is het even goed. Laat ze douchen, laat ze stil zijn. Stilte is hier geen falen. Let ook op jezelf. Ben je zelf boos, haal dan eerst adem voordat je iets zegt. Want jouw toon wordt de toon van het team.

Wat je wel en niet zegt

Als je wel iets zegt, praat dan over gedrag en inzet. Niet over de persoon. Dus niet "Jij bent ook altijd te laat", maar "Bij hun tweede doelpunt stonden we te ver uit elkaar". En laat drie woorden weg. Altijd. Nooit. Jullie. Altijd en nooit maken van één wedstrijd een oordeel over wie iemand is. Een speler hoort dan geen feedback meer, maar een etiket. En jullie zet een streep tussen jou en het team. Zeg liever wij. Of noem gewoon wat er gebeurde. Laat een speler van veertien na een verlies vooral merken dat hij er nog bij hoort.

De spelers die er anders in zitten

Niet iedereen verwerkt een verlies op dezelfde manier. De een wil er meteen over praten. De ander zegt helemaal niets meer. En een derde is boos, op de scheidsrechter of op een teamgenoot. Geef iedereen ruimte. Je hoeft het niet in de kleedkamer op te lossen. Kijk wel goed rond. Wie zit er met zijn hoofd omlaag? Wie geeft een ander de schuld? Die spelers spreek je later even apart. Na de training of ervoor. Kort, onder vier ogen, zonder publiek. Je kunt beginnen met drie vragen. Wat vond je zelf goed gaan vandaag? Waar baal je het meest van? En wat wil je volgende week anders doen, en wat kan ik daarbij doen?

De terugblik op de volgende training

Een paar dagen later zijn de emoties gezakt. Nu kunnen spelers wel luisteren, en is het tijd voor de analyse. Houd het klein. Kies twee of drie concrete punten, en oefen ze meteen op het veld. En noem ook één ding waar je trots op bent. Zo gaat het team de week in met iets om op te bouwen, en niet alleen met wat er misging.

De oefening

De oefening voor deze week heet "Twee zinnen in de kleedkamer". Bedenk voor de wedstrijd al twee zinnen, voor het geval je verliest. Eén over wat goed ging. En één over waar je op de volgende training mee verdergaat. Zeg in de kleedkamer alleen die twee zinnen. De analyse bewaar je voor de training.

Waar je op let

Geven spelers elkaar de schuld, of zegt niemand nog iets? Blijft een speler lang boos of teruggetrokken, of zegt hij dat hij niet meer wil spelen? Blijft dat zo, ook na een paar weken, bespreek het dan met de vertrouwenscontactpersoon van je club. En raad de ouders bij zorgen over de gezondheid aan om contact op te nemen met de huisarts.

Afsluiting

Een verlies duurt een middag. Wat jij erna zegt, gaat veel langer mee. Word het aanspeelpunt van je team.

De oefening voor deze week

Twee zinnen in de kleedkamer. Bedenk voor de wedstrijd al twee zinnen voor het geval je verliest, één over wat goed ging en één over waar je de volgende training mee verdergaat. Zeg in de kleedkamer alleen die twee zinnen en bewaar de analyse voor de training.

Zo kan het klinken

“Ik zag een team dat tot het eind is blijven werken.” En “Dinsdag gaan we verder met dicht bij elkaar staan.”

De analyse bewaar je

Op de volgende training zijn de emoties gezakt. Kies dan twee of drie concrete punten, oefen ze meteen, en noem ook één ding waar je trots op bent.

De gespreks­starter

Voor de spelers die er anders in zitten. Niet in de kleedkamer, maar later, na de training of ervoor.

Kort, onder vier ogen en zonder publiek. Naast elkaar praten gaat vaak makkelijker dan tegenover elkaar.

Feedback na verlies. Voor een gesprek onder vier ogen.

  • “Wat vond je zelf goed gaan vandaag?”
  • “Waar baal je het meest van?”
  • “Wat wil je volgende week anders doen, en wat kan ik daarbij doen?”

Zegt de speler weinig? Dat mag. Laat weten dat je er later nog eens naar vraagt, en doe dat ook.

De checklist

Na een verlies hoort teleurstelling erbij. Let op wanneer het langer duurt of verder gaat dan de wedstrijd.

Waar let je op

  • Spelers geven elkaar de schuld of zeggen niets meer.
  • Een speler blijft na de wedstrijd lang boos of teruggetrokken.
  • Een speler zegt dat hij niet meer wil spelen na een verlies.
  • Je merkt dat jij zelf boos wordt en dat de toon in het team daardoor verandert.

Wanneer schakel je hulp in

Je hoeft niet zeker te weten dat er iets aan de hand is. Twijfel is genoeg om te overleggen.

Een speler blijft ook na een paar weken gebukt gaan onder verliezen of trekt zich terug
Bespreek het met de vertrouwenscontactpersoon van je club. Samen bepalen jullie de volgende stap.
Je maakt je zorgen over de gezondheid van een speler
Raad de ouders aan contact op te nemen met de huisarts. De huisarts kan doorverwijzen naar passende hulp.
Een speler praat over niet meer willen leven, of je maakt je daar zorgen over

Neem het altijd serieus. Bel of chat met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113, gratis en dag en nacht bereikbaar, ook via 113.nl.

Licht dezelfde dag de vertrouwenscontactpersoon in, en spreek af hoe de ouders worden ingelicht.

Er is acuut gevaar
Bel 112 en laat de speler niet alleen.

De inhoud van deze module is opgesteld door de sportpsycholoog [NAAM] van aanspeelpunt

Verder in dit thema

  • Module 05

    O13 t/m O17

    Druk voor een belangrijke wedstrijd

    Hoe bereid je een team voor zonder de spanning op te voeren?

    Trainer en coach
  • Module 13

    O9 t/m O12

    Verliezen leren bij de pupillen

    Hoe leer je kinderen verliezen zonder dat het plezier verdwijnt?

    Trainer en coach

Terug naar alle modules